Tekenaars

X7header

CRIVA

Criva01 criva02

Criva, schuilnaam van Chris Van Brussel (°1975), tekende tot dusver twee van de drie geplande albums over Jorikus Magnus. Ze zijn gesitueerd in de vroege middeleeuwen en losjes gebaseerd op de strijd tussen Karel de Grote en Clovis. Het is een verhaal van verraad, moord en bloedige wraak, met daarnaast nog een paar thema’s die van alle tijden zijn: racisme, godsdienstfanatisme, ambitie en onverdunde politieke machtswellust.

Criva is het soort stripmaker dat middels zijn tekeningen uitgebreid en onafgebroken aandacht vraagt van de lezer: hij verknipt zijn plaatjes overlangs en overdwars, hij verandert voortdurend van formaat, zoomt in, vergroot uit, wisselt van kikker- naar vogelperspectief. De overdadige, groteske illustratie die we van het fantasy- en horrorgenre kennen is nooit ver weg, maar daarmee is niet alles gezegd. Zijn stijl varieert van realistisch over gestileerd naar karikaturaal en ronduit bizar, alles om de lezer visueel bij de les te houden.

Die lezer zal zonder twijfel van de eerste tot het laatste bladzijde geboeid zijn door de plot, maar hopelijk toch ook door de zorg en de nauwkeurigheid waarmee elke vierkante centimeter van deze strip getekend en gekleurd is. De koppen, de ogen en de neuzen, de gebouwen en de bossen,  de feesttafels en de wapens, het licht en het donker, het blauw, het rood en het bruin, het is allemaal even exuberant als uitgebalanceerd. ‘Gecontroleerd over the top’ , die kwalificatie vat het werk van Criva wel min of meer samen.

 

KIM DUCHATEAU

Kim01 kim02

Als we op Wikipedia de term ‘Belgische undergroundstrip’ intikken, komen we bij de namen Kamagurka,Ever Meulen en Fritz Van den Heuvel uit. Kim Duchateau (°1968) komt in het lijstje niet voor. Dat is vreemd: je kunt toch maar moeilijk dichter bij de definitie van het begrip ‘underground’ komen dan Kim doet met figuren als Esther Verkest en Aldegonne, tegendraads en cru als die zijn. Mocht er hier of daar nog een taboe uit de vorige eeuw zijn overgebleven, dan staan genoemde dames klaar om ter zake brutaal doorbrekend op te treden. Kim serveert galgenhumor, seks, gratuit geweld, nihilistische nonsens en al wat er zo verder nog aan een zieke verbeelding kan ontspruiten, en dat in diverse graden van zwartheid. Hij hanteert een stevige, niet bepaald oogstrelende tekenstijl die geheel in overeenstemming is met de inhoud van zijn strips. Zelfs de lettering in de tekstballonnen is onregelmatig, ietwat dwars en merkbaar bestudeerd.

‘Indien ernstig, zich onthouden’ zou Kims lijfspreuk kunnen zijn. Hij won in 2007 de Bronzen Adhemar, de Vlaamse cultuurprijs voor de strip. De selectie in Dommelhof toont hem zoals we hem kennen: de man die ons ondertussen al ruim twintig jaar met absurde gruwel- en sekshumor om de oren slaat. Dat lijkt een simpel genre, omdat niets er onmogelijk is. Het tegendeel is waar. Het absurde is een aartsmoeilijk terrein, omdat ook daar de dingen uiteindelijk moeten kloppen, zij het volgens een vreemdsoortige klinkt-het-niet-dan-botst-het-logica.

 

FOBIE

sl-fobie-2016  een-fobie

Ruim drie decennia geleden tekende Neerpeltenaar Stijn Lauwers zijn eerste (toen nog absurde) cartoons en strips onder het (toevallige) pseudoniem Fobie en bundelde ze zelf tot kleine boekjes die hij in de wandelgangen van het Sint-Hubertuscollege verspreidde. Later werd de Antwerpse Academie zijn biotoop. Intendant Paul Ilegems doopte hem tot huiscartoonist van de Tweede Biënnale van Europese Kunstscholen in Antwerpen in 1989. Journalist Jaak Smeets lanceerde Fobie als actualiteitscartoonist via de jongerenpagina’s van Het Belang Van Limburg. Jarenlang leverde Fobie bij dezelfde krant zijn dagelijkse ‘uitsmijter’. Zijn cartoons en illustraties verschenen nadien ook in diverse dag-, week- of maandbladen.

Bedenker Stijn Lauwers is inmiddels docent op de Kunstacademie Noord-Limburg. Maar zijn eigenzinnige kanttekeningen blijven op de bonnefooi opduiken.

‘Bonnefooi’ is dus geen ‘best of’ geworden. Evenmin een geheugentraining in actualiteit. Noem het een voorzichtige graai uit een inmiddels metershoge stapel tekeningen. Random.

 

.

MELVIN

Melvin01 melvin02

Melvin, pseudoniem van Wout Schildermans (°1980) heeft ondertussen drie publicaties op zijn palmares staan. In 2015 verscheen Hier waakt oma, op tekst van Stefan Boonen. Daarmee bekennen de makers zich tot het antiautoritaire genre, dat decennia geleden al is opgestart door monumenten als Astrid Lindgren (Pippi Langkous) en Roald Dahl (Mathilde). In 2016 illustreerde Melvin De Bokrokker, en zopas rolde Mammoet van de persen. De boeken zijn zowel door recensenten als door lezertjes op gejuich onthaald: de verhalen en de  illustraties werden uiterst grappig en origineel bevonden. Het gaat hier overigens niet om strips in de zuivere zin van het woord, maar meer om graphic novels voor kinderen. Melvin heeft daarbij een heel persoonlijke tekenstijl ontwikkeld: lijnig, sprietig zelfs, expressief en met een merkwaardig oog voor detail.

Voor deze tentoonstelling heeft hij gekozen voor een selectie uit de illustraties voor Mammoet, met veel aandacht voor het manuele werk dat ook in deze digitale tijden nog altijd het begin is van alles: de potloodtekening. Net als voor zijn vorige boeken kiest hij ook in Mammoet bewust voor een sobere inkleuring met enkel oranje en zwart. Die inperking levert een rustige kijkervaring op, waarbij alle aandacht naar het spitse van de illustratie zelf gaat. Het is een beetje zoals bij zwart-wit-fotografie: less is more, op voorwaarde dat het goed gedaan is.

 

BART PROOST

Bart01 bart02

Bart Proost (°1977) is voornamelijk bekend van de familiestrip Alexander De Grote, een grappig verslag van de avonturen van de Macedonische veldheer. Van het eerste tot het laatste plaatje verzonnen uiteraard, maar naar verluidt gaan leraren geschiedenis er in de middelbare school toch didactisch mee aan de slag. Van Alexander zijn ondertussen drie albums verschenen. Voor deze tentoonstelling kozen tekenaar en curatoren echter voor een ander luik van zijn werk: het veel ernstiger Alleen op de wereld, naar het bekende romantische verhaal van Hector Malot. Proost heeft daarvan enkel de eerste hoofdstukken verstript, maar met succes: een schare fans moedigt hem aan het daar vooral niet bij te laten en het hele boek onder handen te nemen.

Proost werkt in dit album zowel naar de inhoud als naar de vorm sterk stilerend. De vertelling verloopt schoksgewijs, en de tekst is tot het absolute minimum gereduceerd. In de tekening is de kunstenaar al even spaarzaam. Hij toont weinig detail, de lijnen zijn zwaar aangezet en het kleurenpalet is uiterst sober: wit, zwart, grijs en blauw. De platen ogen daardoor krachtig en gevuld, met net voldoende expressie in de weergave van het fijnere werk: de emoties van zijn personages bijvoorbeeld. Alleen op de wereld is geen eenling in het werk van Proost. In 2008 maakte hij de stilistisch hiermee verwante reeks Klank en Beeld, waar Gorki en Luc De Vos zaliger toen een tournee mee illustreerden.

.

CARYL STRZELECKI

Caryl01 caryl02

Voor Strzelecki (°1960) is de strip bepaald geen spielerei. Het is zijn manier om maatschappelijk relevante thema’s aan te snijden, en niet meteen de makkelijkste. In 2011 illustreerde hij De kleuren van het getto, het meermaals bekroonde jeugdboek van Aline Sax over de Jodenvervolging in Warschau. Zijn samenwerking met Rudi Vranckx resulteerde in 2014 in de graphic novel De Gierenclub, en zopas is bij Lannoo Verloren verschenen, dat als een vervolg kan worden gezien: andere tijden, andere landen, zelfde ellende. Gevraagd naar door hem bewonderde striptekenaars noemt hij – niet verwonderlijk – Tardi en Hugo Pratt.

Strzelecki is druk doende. Op deze tentoonstelling toont hij de beste illustraties uit Verloren, en uit het eveneens in het najaar verschenen Oktober, een roman die zich afspeelt tegen de achtergrond van de Russische Oktoberrevolutie. De tekst is van slavist Johan de Boose, die de honderdste verjaardag van de revolutie niet ongemerkt voorbij wou laten gaan. Dat de auteur Strzelecki gekozen heeft als illustrator mag niet verbazen. Die heeft met de jaren een persoonlijke en herkenbare tekenstijl ontwikkeld: realistisch, ietwat ongepolijst, spontaan, direct en vooral: met veel gevoel. Strzelecki heeft een – letterlijk – scherpe pen en hij gaat zuinig en beredeneerd om met kleur. Het resultaat is telkens van een zeer indringende soberheid.

 

WIM SWERTS

Wim01 wim02

Het oeuvre van Wim Swerts (°1966) is, hoe men het ook draait of keert, indrukwekkend. Hij maakte een haast eindeloze reeks verschillende titels, als daar zijn: Samson, Kim, Piet Piraat, Kabouter Plop, FC De Kampioenen, Ambionix, W817!, Het Heilig Paterke van Hasselt … en dat is maar een greep uit de totale productie. In zijn atelier liggen de duizenden originele tekeningen stapelsgewijs en hoogst ordelijk gearchiveerd.  Zoals uit het lijstje blijkt, heeft hij vanaf het begin een patent genomen op de populaire familie- en mediastrip (ook wel oneerbiedig ‘waspoederstrip’ geheten), met name over figuren uit de stal van Studio 100. Voor veel van zijn geesteskinderen werkt hij samen met Hec Leemans en Luc Vanasten. En Swerts gaat onverdroten voort, uit liefde voor het vak én om den brode: bij het ter perse gaan ligt album 17 van Vertongen & Co, een spin-off van FC De Kampioenen, in de rekken. Hij doceert bovendien striptekenen aan het Hasseltse Syntra, het instituut waar hij vorig jaar zelf als fotograaf is afgestudeerd.

Hoewel op het genre van de vedettestrip traditioneel wordt neergekeken, toch mocht het op deze tentoonstelling niet ontbreken. Swerts viert dit jaar zijn vijftigste verjaardag en zijn vijfentwintigste als stripmaker. Daarom werd zijn deelname aan deze tentoonstelling bewust opgevat als een retrospectieve. De geselecteerde bladen geven een goed beeld van zijn evolutie als tekenaar, maar evenzeer van zijn vakmanschap en discipline.